|

Leen van den Herik,leerde in 1977-1979 bridgen met vrouw en vrienden, om samen een nieuwe uitdaging te zoeken in plaats zich bij de schaakclub in te schrijven. Hij was wel heel fanatiek, maar niet bijzonder begaafd, gaf later tien jaar schaakles op de basisschool van zijn eigen kinderen, ging toen terugverlangen naar de kaarten en speelt nu vooral recreatief. Hij bleef lesgeven wel uitdagend vinden, wat resulteerde in lesgeven over bridge aan leerlingen van een belangstellende ZMLK-school. Via deze columns probeert hij zijn leservaring om te zetten in concrete suggesties en aanwijzingen voor opvoeders van kinderen, die hun kinderen op speelse wijze in analytisch denken willen trainen en ook het sociale aspect van teamsport en omgaan met winnen en verliezen willen laten ervaren. Hopelijk kunnen deze columns hen op een goed spoor zetten. Vandaag het vijfde deel (4b): Kind en bridge - Bridge is een denksport
‘Volgende keer waag ik met de kinderen de eerste stap naar het bieden, bent u ook al zover?’ was mijn eindzin vorige keer Ik ben wel zover, u ook? maar onze kids hebben hun eigen dynamiek. Kijkend naar de kinderen bridgend op de computer,zie je de gemakzucht van oprapen wat je pakken kunt en dan kijken of ze nog iets toevalt. Met kinderen moet je echt per spel een contract vaststellen, metals inzet hoeveel slagen er behaald moeten worden. Eventueel vertaal je het scherm met een spel kaarten naar de tafel en laat ze eerst maar eens een speelplan maken: Zodra er is uitgekomen en de dummy op tafel ligt, moet de leider antwoord geven op de volgende kernvragen: 1> Hoeveel slagen zijn er nodig? 2> Hoeveel slagen heb je waarschijnlijk in handen? 3> Wat zouden slagen kunnen worden? (snijden over de vrouw of over de 10?) 4> Wat wordt de werkkleur en hoeveel slagen moet die opleveren? 5> Welke tegenstander wil je bij voorkeur NIET aan slag laten komen Op die manier krijgt het begrip ‘Speelplan’ een concrete inhoud als blijvende gids bij alle spellen.
Tijdens de vroegere schaaklessen, verplichte ik kinderen met te groot speelenthousiasme op hun handen te gaan zitten en die mochten er pas ondervandaan komen als ze de beoogde zet wisten en mij konden uitleggen ’waarom ze daarvoor kozen’. Dat haaldeveel onrust uit hun lijfjes en koppies. Maar met de hand vol kaarten is het wat moeilijk om er op te gaan zitten! Dus uitgedacht? Maak een stapel van je kaarten, leg die voor je op tafel en ga op je handen zitten ten teken dat je klaar bent om je contract te gaan maken! Of neem de spellleider met de kaarten even apart en leg haar/hem één voor één de vijf kernvragen voor.
En let bij een volgende bridgepartij eens op hoe weinig seconden er soms zitten tussen opening van de dummy en de eerste opdracht tot bijspelen. Ervaring of hardnekkige domheid? Kiest u maar! En toch laten we kinderen eerst deze antwoorden geven, om betere bridgers te worden. Leen van den Herik |